Hoe werken we?

Als u een diagnose van kanker heeft gekregen en eventueel al een heelkundige behandeling heeft ondergaan, volgt vaak kort daarop chemo- en/of radiotherapie. Naargelang van het advies van uw oncoloog zal die behandeling soms reeds na enkele dagen of hooguit na enkele weken opgestart worden.
Als wij in dat behandelingsproces samen willen proberen om uw vruchtbaarheid te bewaren, moeten wij u als team Oncofertiliteit zo snel en efficiënt mogelijk opvangen.

Elke patiënt(e) is uniek. Bij het uitstippelen van uw behandeling houden we dan ook rekening met uw individuele ‘eigenschappen’: uw leeftijd, de oncologische diagnose en prognose, de voorziene chemo- en/of radiotherapie en uw persoonlijke omstandigheden en wensen.

In het team werken de fertiliteitskliniek en de laboratoria van het CRG nauw samen met de dienst gynaecologie van UZ Brussel en met twee wetenschappelijke onderzoeksgroepen van de VUB: BITE (biologie van de testes) en FOBI (follikelbiologie).
Onze expertise bestrijkt de volgende terreinen:
  • de chirurgische verwijdering en de vriesbewaring van (prepubertair) ovarieel en testisweefsel;
  • de vriesbewaring van eicellen, zaadcellen en embryo’s;
  • de in-vitromaturatie (IVM) van eicellen
  • medisch geassisteerde bevruchting (MBV) waaronder IVF/ICSI;
  • de combinatie van verschillende technieken voor een maximale fertiliteitspreventie;
  • de efficiënte opvang en begeleiding van patiënten voor, tijdens en na de behandeling;
  • de psychologische begeleiding van de patiënten;
  • kankerbehandelingen en hun effect op de vruchtbaarheid;
  • de cultuur van ovariële follikels (onderzoeksgroep FOBI);
  • de transplantatie van teelbalweefsel dat voorlopers van zaadcellen bevat (onderzoeksgroep BITE);
  • fertiliteitssparende heelkunde.
We mogen rustig stellen dat deze bundeling van uiteenlopende expertises in één team uniek is.
We kunnen onze patiënten niet garanderen dat we hun vruchtbaarheid zullen kunnen bewaren of herstellen. Maar dankzij de mogelijke combinatie van verschillende technieken kunnen we wel hun kans op een latere zwangerschap met eigen gameten (zaadcellen of eicellen) maximaliseren.